• FB

‘Hier sta ik, ik kan niet anders’

De waarde van het vroege verzet in Nederland


Op 15 maart 2021 is het precies 76 jaar geleden dat Herman Bernard ‘Stuuf’ Wiardi Beckman in Dachau aan vlektyfus overleed. Hij ging direct na de capitulatie op 15 mei 1940 in verzet tegen de Duitse bezetting. Zijn geschiedenis raakte nauw verweven met die van Erik Hazelhoff Roelfzema, al ontmoetten de twee elkaar nooit. Hazelhoff Roelfzema werd door zijn memoires, de film en de musical bekend als ‘soldaat van Oranje’. Net als Beckman had hij in Leiden gestudeerd, maar dan zo’n 15 jaar later. Beckman geschiedenis, Hazelhoff Roelfzema rechten. Beckman bleef in bezet gebied ‘oorlog voeren’ tegen de Duitsers, zoals hij het zelf omschreef, Hazelhoff Roelfzema ontkwam in 1941 naar Engeland. Samen met Chris Krediet en Peter Tazelaar vormde hij ‘Contact Holland’, een clandestiene operatie onder de paraplu van de Britse inlichtingendienst en met steun van minister-president Gerbrandy en koningin Wilhelmina, om een verbinding met bezet gebied tot stand te brengen. Met behulp van een snelle Motor Gun Boat zouden ze geheim agenten en marconisten op de Nederlandse kust gaan afzetten.


Maar als eerste opdracht kregen de mannen van Contact Holland de taak om Wiardi Beckman uit Nederland naar Londen te halen. Tazelaar werd in Scheveningen aan land gebracht en legde contact met Beckman. Om de ophaaloperatie te laten slagen had hij hulp nodig. Via zijn oude verzetscontacten bereikte hij zijn vriend en mede-adelborst Gerard Dogger, die – nog maar net twintig jaar oud – de leiding had moeten overnemen van de Ordedienst, een militair georiënteerde verzetsorganisatie. Dankzij Doggers uitgebreide verzetsnetwerk lukte het bijna om vanaf het Scheveningse strand, in barre winterse omstandigheden, naar Engeland te ontkomen, maar door verraad liep het mis. Veel van degenen die hadden meegeholpen, dr. Krediet, de zusters Gorter, Broer Moonen, Gerard Vinkestein en anderen, werden opgepakt en overleefden de oorlog niet.

Koningin Wilhelmina en prinses Juliana komen aan in bevrijd Nederland, 2 mei 1945

Koningin Wilhelmina en prinses Juliana komen aan in bevrijd Nederland, 2 mei 1945. Links, achter Wilhelmina, staat Erik Hazelhoff Roelfzema, in het midden J.B.G.M. ridder de van der Schueren, militair commissaris van de provincie Noord-Brabant, rechts van hem Peter Tazelaar. Foto Willem van de Poll (Anefo), collectie Beeldbank WO2/Verzetsmuseum Amsterdam.


Het verhaal van Hazelhoff Roelfzema kent inmiddels bijna iedereen, maar over zijn opdracht om Beckman op te halen en over de inzet van zo velen uit het Haagse verzet is veel minder bekend. Journalist Paul van ’t Veer noemde het ooit een van de boeiendste bezettings- en verzetsavonturen. Daarover gaat Op verzoek van Hare Majesteit, dat wij precies een jaar geleden publiceerden. Het is geen biografie, zoals sommige recensenten ten onrechte meenden, maar een oorlogsgeschiedenis, met Wiardi Beckman in de hoofdrol. Niet gedramatiseerd, maar gebaseerd op oorspronkelijke documenten.

De acteurs en de mannen op wie hun personages in de film Soldaat van Oranje zijn gebaseerd.

De acteurs en de mannen op wie hun personages in de film Soldaat van Oranje zijn gebaseerd. V.l.n.r.: Jeroen Krabbé en Peter Tazelaar, Rutger Hauer en Erik Hazelhoff Roelfzema, Lex van Delden en Frits van der Schrieck. Foto Theo Terwiel, De Telegraaf, 25 september 1976.


De film Soldaat van Oranje is gemaakt vanuit een ander perspectief: dat van Hazelhoff Roelfzema. Als film is het verhaal bovendien minder gebonden aan historische feiten. De film weerspiegelt een uitgesproken opvatting van de makers over oorlog en verzet. Eind 2020 kwam een boek over het maken van de film uit: Op zoek naar Soldaat van Oranje van Bart Juttmann. ‘Soldaat van Oranje is’, zo schreef recensent André Waardenburg in NRC Handelsblad, ‘een sleutelfilm als het gaat om de ontmanteling van de mythe van het verzet, het idee dat talloze Nederlanders in het verzet zaten en dat goed en fout in de oorlog feilloos van elkaar gescheiden waren. Verhoevens film laat zien dat heldendom puur toeval is, zet kritische kanttekeningen bij het goed-foutschema en toont bovendien dat veel verzetshandelingen van de Engelandvaarders futiel waren. In Juttmanns boek zegt Verhoeven dit over hun verdiensten: “Al die overtochten uit Engeland zijn mislukt. Mensen zijn doodgeschoten. Er is nooit iets uit voortgekomen wat de moeite waard was.”’


Maar de tijdgeest is veranderd, concludeert Waardenburg. Grijs is uit, zwart-witdenken is terug. Hij citeert Frank van Vree, directeur van het NIOD, die naar aanleiding van oorlogsfilm Bankier van het verzet schreef: “Mij lijkt dat de film een diep gekoesterd, nostalgisch verlangen naar morele ondubbelzinnigheid uitdrukt, in een samenleving die wordt verscheurd door permanente twisten over alles en iedereen, en waarin discussies over ethische en politieke kwesties keer op keer ontaarden in stromen van verbaal azijn.”

Hans Larive, Bob Goodfellow, Gerard Dogger en Peter Tazelaar.

Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Militaire Willemsorde poseren de ridders van de Orde met het koninklijk paar op de trappen voor het Huis ten Bos, 29 april 1965. Uitgelicht v.l.n.r. Hans Larive, Bob Goodfellow, Gerard Dogger en Peter Tazelaar.


Bij de herdenking van de sterfdag van Wiardi Beckman is het goed stil te staan bij de betekenis van het vroege verzet – in de jaren 1940 tot 1942 – van Hazelhoff Roelfzema, Tazelaar, Krediet, Dogger, de Gorters, Moonen, Beckman en anderen. Was het futiel? Is er niets uit voortgekomen? En is heldendom puur toeval en de morele ondubbelzinnigheid die aan verzetsmensen wordt toegekend een constructie van deze tijd? Was alles grijs?


Om te beginnen: niet alle overtochten van Contact Holland zijn mislukt. Er zijn agenten en marconisten overgezet; twee van hen overleefden, vijf anderen niet. Zij werden, eenmaal in bezet gebied, door de Duitsers gearresteerd. In de vroege periode van het verzet ging veel mis, door onervarenheid, amateurisme, gebrek aan geheimhouding, verraad en hard optreden van de bezettingsmacht, inclusief sommige Nederlandse politiemensen. Was het verzet daarom futiel en niet de moeite waard? De Duitsers zagen dat niet zo, gezien hun harde, toenemende repressie. Het vormde, hoe klein soms ook, een bedreiging en aantasting van hun regime. Het bood een voorbeeld voor anderen. Het diende, in de woorden van Beckman, tot ‘het zuiver bewaren van de vrije, Nederlandsche geest’.


Belangrijker is dat ‘nut’ niet de enige categorie is waarmee het verzet kan worden beoordeeld. Gerard Dogger verwoordde dat, schrijvend over wat Lou de Jong de ‘romantiek’ van de eerste jaren van het verzet noemde, in een brief aan De Jong uit 1974 zo:

de reden ‘dat al diegenen die speciaal in die beginperiode, toen in feite het maatschappelijk leven in bezet Nederland nog niet zo slecht was, tot verzetsdaden overgingen, was omdat zij niet anders konden. Zó was hun aard als mens en als Nederlander dat zij met Maarten Luther in feite zeiden: “hier sta ik, ik kan niet anders”. Het is m.i. deze “motivering”, waarin de romantiek (bij gebrek aan een beter woord), de kleur en de diepere inhoud van het verzet in de eerste jaren ligt. Het was onlogisch, onverantwoordelijk en leek volkomen hopeloos en nutteloos en toch waren er zulke “gekken”, bezield met de romantiek van een Don Quichot. En welke waarde en bestaansrecht heeft een volk zonder deze Apostels?’

Geen grijs zonder wit en zwart. Hoe uiteenlopend de motieven om in verzet te komen ook waren, óok in deze eerste oorlogsperiode bestond morele ondubbelzinnigheid – het is geen uitvinding van onze tijd. Zoals Beckman aan zijn collega Sal Witteboon van Het Volk in juli 1940 schreef: ‘Net als jij heb ik de rotsvaste overtuiging, dat deze beproeving voorbij gaat; het komt er dan op aan hóe ieder van ons er onder uit komt, wat zijn vrijheid van geest en zijn karakter betreft. Alle gepraat over “aanpassing” aan een nieuwe wereld die blijvend zou zijn, ergert mij als ontrouw, ….. én oppervlakkigheid. Het kán lang duren – maar wij zullen er stellig onderuit komen.’

Prins Bernhard ontmoet Erik Hazelhoff Roelfzema, 1990

Prins Bernhard ontmoet Erik Hazelhoff Roelfzema tijdens de inspectie van Ridders en Vaandels van de Militaire Willemsorde op het Binnenhof, ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van deze onderscheiding. Rechts Peter Tazelaar. Nederlands dagblad, 25 april 1990.

227 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven