• TB

De eerste geheim agenten van SOE

Van de 57 Nederlandse geheim agenten die in 1941-1943 door de Engelse Special Operations Executive (SOE) werden uitgezonden, werden er 52 gearresteerd. De Duitsers kregen daardoor toegang tot hun radiozenders en codes en konden zo het zendverkeer overnemen. Het kwam later bekend te staan als het Englandspiel: twee jaar lang communiceerde SOE zonder het te weten met de Duitse Abwehr die daardoor alle gedropte agenten meteen arresteerde, de wapens ontving en informatie verkreeg. Bijvoorbeeld over de verzetsorganisaties waarmee de agenten contact op moesten nemen, die vervolgens werden opgerold. Bijna alle geheim agenten van SOE kwamen (gruwelijk) om het leven. Slechts zeven overleefden de oorlog.


Cor Sporre & Ab Homburg

De allereerste agenten die werden gedropt waren Cor Sporre (1910-1941) en Ab Homburg (1917-1945). Homburg was vaandrig van het korps Motordienst en werkzaam als monteur bij een garage in Velsen Hij was een illegale groep begonnen, De Knokploeg. Maar liever dan verzet plegen in Nederland, wilde hij naar England oversteken. Hij was bevriend met Sporre – ze waren tegelijk in dienst gegaan. Sporre was gemobiliseerd geweest in Rotterdam en daarna bij de Hoogovens gaan werken. Daar had hij een roeiboot weten te bemachtigen. Hij wilde naar Engeland om bij de luchtmacht te gaan. Ze kochten een buitenboordmotor en vertrokken op 22 maart 1941 met nog een vriend, Willem de Waard. De Engelse torpedobootjager HMS Leda pikte hen op voor de Engelse kust en bracht hen naar Harwich. Sporre en Homburg werden begin april 1941 door Richard Laming voor SOE gerekruteerd en getraind. Op 7 september 1941 begon hun operatie genaamd ‘Glasshouse A’. Ze moesten contacten leggen (o.a. met een agent die al voor de oorlog door Laming voor de voorganger van SOE was gerekruteerd) en informatie verzamelen. Ze hadden geen zender meegekregen om SOE in Londen op de hoogte te houden: na het vervullen van hun taken zouden ze van het strand ten noorden van Katwijk worden opgehaald. Die ophaalactie mislukte.

Sporre vertrok op 13 november 1941 per boot richting Engeland, maar moet daarbij zijn omgekomen. Homburg werd verraden door een tandarts die hij uit zijn legertijd kende en begin oktober 1941 gearresteerd. Hij werd gevangengezet in het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen, maar ontsnapte. Met een gekaapte boot keerde hij in februari 1942 terug naar Engeland, met twee vrienden die vervolgens bij SOE geheim agent zouden worden. Vanwege zijn arrestatie, en dus bekendheid als agent in Nederland, kon Homburg niet opnieuw worden uitgezonden. Hij werd piloot bij het Nederlandse squadron 322 van de Royal Air Force. Op 1 april 1945 werd zijn vliegtuig tijdens een aanval neergeschoten; Homburg kwam om in de buurt van Delden.


Thijs Taconis & Huub Lauwers

De operatie Catarrh begon op 7 november 1941: Thijs Taconis (1914-1944) en marconist Huub Lauwers (1915-2004) werden bij Ommen gedropt.

Taconis kwam uit Rotterdam. Volgens zijn dossier bij SOE bereikte hij Engeland op 15 mei 1940 met een vissersboot. Daar zou hij bij het Nederlandse ministerie van Defensie zijn gaan werken om vervolgens in januari 1941 in Canada in dienst te gaan en ruim twee maanden later in Engeland terug te keren. In ieder geval begon zijn training bij SOE eind mei 1941.

Lauwers uit Amsterdam was zes jaar eerder vertrokken. In Nederland had hij voor de Bussumsche Courant en het Algemeen Handelsblad gewerkt, daarna werkte hij in Singapore en Manilla bij de administratie en boekhouding van Singapore Rubbers Works. In juli 1940 kwam Lauwers naar Engeland om in september 1940 in dienst gegaan bij het Nederlandse leger, bij het ‘signal platoon’. Tijdens zijn opleiding voor SOE werd hij gezien als een ‘signalling specialist’: ‘Quite sound and conscientious. Is an intelligent man and should make a first class W/T operator’. Een W/T operator was een ‘wireless telegraphy operator’, een marconist.

Lauwers en Taconis moesten contact zoeken met Homburg en Sporre en hen helpen bij de terugreis naar Engeland. De volgende opdracht was het organiseren van sabotagegroepen in het westen van Nederland. Pas op 4 januari 1942 maakten ze contact met Engeland: ze hadden eerst hun zendapparaat moeten laten repareren. Ze werden geholpen door Christiaan van den Berg, wiens verzetsgroep was geïnfiltreerd door V-man George Ridderhof die rapporteerde aan Hermann Giskes van de Duitse contraspionagedienst Abwehr IIF. Ridderhof was aanwezig bij de wapendroppings van SOE. Lauwers verklaarde later:

Het moeilijkste was om voor sabotagegroepen mensen te vinden die niet al waren aangesloten bij een organisatie. We hadden mensen nodig om bij wijze van ‘ontvangstcomité’ spullen uit Engeland op te vangen en hadden geen tijd om uiterst voorzichtig te zijn. Taconis kwam daardoor in contact met een provocateur.

Later had Lauwers begrepen dat Taconis al langere tijd in de gaten gehouden werd, maar dat de Duitsers eerst hem, de marconist, wilden vinden voor ze Taconis arresteerden.

Op 6 maart werd Lauwers’ zender uitgepeild en het blok waar hij in Den Haag woonde en uitzond omsingeld. Hij werd gearresteerd en zijn radiozender en papieren – waaronder drie gecodeerde telegrammen – vielen in Duitse handen. Na gevangenschap in Scheveningen en Den Haag, werd hij in Haaren geïnterneerd. In de zomer van 1944 werd hij gedeporteerd naar Rathenow, waar hij door het Russische leger werd bevrijd op 25 april. Op 21 mei 1945 arriveerde hij in Engeland. Zo’n twee maanden later was zijn ‘security clearance’ voltooid – na de ondervraging van Giskes, dan inmiddels in Engelse handen.

Drie dagen na Lauwers werd ook Taconis gearresteerd. Net als de meeste geheim agenten die later opgepakt zouden worden, werd Taconis in Haaren en daarna in Assen geïnterneerd. In april 1944 werd hij naar Rawicz getransporteerd en in september naar Mauthausen. Daar werd hij doodgeschoten op 6 september 1944, zogenaamd ‘tijdens een vluchtpoging’.


Gerrit Dessing

Gerrit Dessing (1910-1985) uit Naaldwijk had zijn militaire dienst voltooid in 1928-1931. Voor zijn studie vertrok hij naar Wenen. Daarna werkte hij als accountant bij het Engelse bedrijf Curry, Carruthers & Thompson in Johannesburg. In 1940 was Dessing naar Engeland gekomen en in dienst gegaan. In mei 1941 werd hij door SOE gerekruteerd.

Zijn operatie ‘Carrot’ begon op 27 februari 1942. Hij kreeg meerdere opdrachten mee.

  • Het verkennen van zeeroutes.

  • Een aantal belangrijke Nederlanders helpen te ontsnappen, zoals mogelijk de eerdere minister van Defensie, J.J.C. van Dijk.

  • Contact opnemen met Levinus van Looi, redacteur van Het Volk – op voorstel van de naar Londen uitgeweken sociaaldemocratische journalist Meyer Sluyser.

  • Nieuws vernemen van Koos Vorrink.

  • Het belangrijkste: sabotagegroepen in Rotterdam en Dordrecht organiseren, vooral op het terrein van scheepsbouw.

Dessing nam inderdaad contact op met Van Looi en hielp hem bij zijn illegale blad Verzet. Zijn identiteit werd bevestigd door berichten over Radio Oranje: ‘Een bericht voor Gerrit. U moet steeds proberen. Alles komt in orde.’ Hij zocht plekken voor landingen vanuit Engeland en deed inlichtingenwerk. Maar een verbinding met Londen had Dessing niet. Eigenlijk had Jan Molenaar, die een maand later uit Engeland vertrok, voor Dessing moeten gaan zenden, maar Molenaar kwam om bij landing. Dessing probeerde contact te zoeken met een andere geheim agent, Leo Andringa, maar die liet hem bij hun ontmoeting weten dat hij door de Gestapo gevolgd werd.

Zonder verbinding met Londen, zonder andere agenten om mee samen te werken, zat Dessing bovendien zonder geld. Hij kon geen materiaal voor sabotage leveren en zag daarom geen nut in het organiseren van sabotagegroepen. De zeeroutes leken hem niet mogelijk. Hij had geen connecties om belangrijke mensen te helpen ontsnappen. Zelf terugkeren naar Engeland was al ingewikkeld genoeg. Daarbij nam hij wel documenten van Vorrink mee. Hij vertrok naar Zwitserland en kwam uiteindelijk met hulp van SOE via Spanje en Gibraltar op 2 september 1943 aan in Engeland. In december 1943 ging hij werken bij het Nederlandse ministerie van Financiën in Londen.


Nol Baatsen

Nol Baatsen

Op 27 maart 1942 vertrok Nol Baatsen (1918-1944) onder de operatienaam ‘Watercress’.

Baatsen had in Amsterdam bij het gemeentelijk elektriciteitsbedrijf gewerkt en daar na als fotograaf. In 1937-1938 had hij als dienstplichtige in de rang van korporaal gediend bij de kustartillerie. In 1939 werd hij gemobiliseerd. Met zijn onderdeel kwam hij op 15 mei 1940 in Engeland aan – waarschijnlijk met veertig man kustartillerie die met de Hr. Ms. Texelstroom uit IJmuiden vertrokken om Duitse krijgsgevangenen te begeleiden. In mei 1941 werd Baatsen gerekruteerd door SOE.

Zijn specifieke opdrachten waren: het telefoonverkeer onderzoeken in Voorburg en Den Haag en kleding en voorzieningen voor Duits marine personeel in Rijnsburg vernietigen. Hij moest bovendien zoveel mogelijk schade aanrichten bij het vliegveld Ypenburg. Daarna zou hij via een afgesproken route naar Engeland terugkeren.

Op 19 maart stuurde SOE een telegram naar Lauwers om de komst van Baatsen aan te kondigen. Lauwers was inmiddels opgepakt, dus die informatie viel direct in Duitse handen. Bij zijn landing werd Baatsen meteen gearresteerd. Na gevangenschap in Haaren en Assen, werd hij gedeporteerd naar Mauthausen. Baatsen werd geëxecuteerd op 7 september 1944.


Leo Andringa & Jan Molenaar

De mannen van operatie ‘Turnip’ vertrokken op 28 maart 1942. ‘Organisator’ Leo Andringa en marconist Jan Molenaar hadden als opdracht een nieuwe zeeroute te zoeken. Ze moesten ook bepaalde plekken in Brabant verkennen en mannen rekruteren voor sabotagewerk.

Jan Molenaar (1918-1942) kwam uit Waddinxveen. Zijn militaire dienst had hij in 1938-1939 vervuld bij het 2de regiment Huzaren. Vanaf augustus 1939 was hij korporaal bij de Marechaussee. Zijn SOE- training begon in juni 1941. De instructeurs over hem: ‘Not quick but intelligent, sound and well disciplined. Has perseverance and adaptability. A quiet personality who is specially interested in W/T. He has practiced morse assiduously in his spare moments.’

Molenaar raakte zwaar gewond bij landing. Via SOE agent Han Jordaan, tegelijk in Nederland gedropt, liet Andringa aan Engeland weten dat Molenaar bij landing was omgekomen: hij was op een stenen muur terechtgekomen en had beide benen en zijn rug gebroken. Zijn lichaam was inmiddels gevonden. Aanwezige papieren en ‘incriminating evidence’ had Andringa verbrand, de radiozender had hij in de buurt begraven.

Leo Andringa (1913-1944) uit Den Haag was in 1935 naar Engeland vertrokken. In september 1940 was hij in dienst gegaan bij het Nederlandse leger. Een maand na aankomst werd hij gearresteerd door de Sicherheitspolizei. Vanuit Haaren werd Andringa gedeporteerd naar Rawicz, Selisia, en vervolgens Mauthausen, waar hij op 6 september 1944 werd geëxecuteerd.


Gosse Ras & Han Jordaan

Met de operatie ‘Lettuce’ werden Gosse Ras (1914-1944) en marconist Han Jordaan (1918-1945) ook op 28 maart 1942 in Nederland gedropt.

Ras kwam uit Amsterdam. In 1933 was hij voorgoed afgekeurd voor militaire dienst wegens bijziendheid, maar in november 1940 kon hij in Engeland in dienst gaan. Hij had in 1940 zijn Master in economie aan de Universiteit van Cambridge gehaald. Na werkervaring te hebben opgedaan in Parijs en New York, werkte hij sinds 1938 bij de buitenlandse afdeling van Brouwerij Heineken. In mei 1941 werd Ras door SOE gerekruteerd. Ze waren zeer tevreden over hem: ‘Calm, reliable, combining physical fitness (he is the strongest man of the group, owing to his size and weight) with a well-balanced scholastic and business man’s outlook on life. Is seldom agitated or excited. Does all he has been taught very well and displays a fair amount of initiative. One of our best men.’

Jordaan studeerde de technische kant van de textielindustrie aan het College of Technology in Manchester; hij kwam immers uit de familie Jordaan uit Haaksbergen. In Nederland had hij zijn militaire dienst voltooid in 1937-1938. In Engeland ging hij bij de marine waar hij training kreeg in wireless telegraphy. Zijn sterkste punt tijdens de SOE opleiding was dan ook radioverkeer.

Hun opdracht was sabotagegroepen organiseren en plekken uitzoeken voor droppings.

Ras en Jordaan werden op 1 en 3 mei gearresteerd door de Sicherheitspolizei.

Ras werd 7 september 1944 geëxecuteerd in Mauthausen. Jordaan kwam via Haaren en Assen in verschillende kampen in Duitsland. In september 1945 kreeg SOE nog een bericht dat Jordaan in een Amerikaans ziekenhuis zou zijn, maar een maand later bleek dat onjuist. Jordaans vader kwam in oktober 1945 in contact met ene C. Vrolijk die met Jordaan van Sachsenhausen naar Mauthausen getransporteerd was. Jordaan moest zwaar werk doen en raakte gewond. Vrolijk was hem opnieuw tegengekomen in een ziekenbarak en had hem op 2 mei 1945 nog gesproken. De volgende ochtend was Jordaan bezweken.


Barend Klooss & Henk Sebes

Barend Klooss (1913-1944) kwam uit Rotterdam. Daar had hij als kantoorbediende gewerkt. In 1936 was hij naar Saigon vertrokken waar hij werkte bij Diethelm & Co, in ‘shipping and insurance’. Hij gaf zijn baan in Saigon op om in januari 1941 dienst te nemen bij het Nederlandse leger in Canada. In mei werd hij gerekruteerd door SOE. Over een aantal onderdelen van zijn training waren de instructeurs zeer tevreden: Klooss was thuis in veldwerk, wapens, explosieven, communicatie, kaartlezen etc. Hij werkte onafhankelijk en was betrouwbaar. Maar: ‘is apt to ask rather ridiculous questions which, if he used a little common sense, are self explanatory’. En hij was moeilijk te lezen: ‘constantly asking the most foolish questions during lectures, exasperating the instructors at times. Difficult to tell whether this is sincere or “pose”. I ascribe it to the same thing all Dutchman have in common, to look at things from a far too problematic angle making everything look far more complicated in their own minds than it is in reality.’

Henk Sebes (1919-1944) uit Dordrecht werkte als kleermaker tot zijn militaire dienst in 1938. Hij werd in 1939 gemobiliseerd bij het 27ste regiment Infanterie in Deurne dat onder leiding stond van Fré van der Schrieck. Sebes moet, net als meerdere detachementen van dat regiment, eenzelfde weg hebben afgelegd als Jo ter Laak en de politietroepen en zo in juni 1940 in Engeland terecht zijn gekomen. Het oordeel van de SOE instructeurs was als volgt: ‘A sound and clever worker. He has shown that he has learnt a great deal on this course and his practical work has always been good. He was rather difficult to make out at the beginning, but has shown that he has been attentive all along and is now one of the best.’ Sebes trouwde met een Engelse, vlak voor zijn vertrek. De mannen van operatie ‘Leek’ werden gedropt op 5 april 1942: Klooss als organisator, Sebes als assistent en instructeur. In Overijssel moesten ze sabotage plegen om vijandelijke oorlogsvoering te belemmeren, ook in het geval van invasie van de Engelsen in Nederland of van een Duitse invasie van Engeland.

Klooss werd gearresteerd op 29 april, Sebes op 9 mei. Na gevangenschap in Haaren, werden ze gedeporteerd naar Mauthausen en op 6 september 1944 geëxecuteerd.


Jan de Haas

Jan de Haas (1918-1944) uit Den Haag begon zijn militaire dienst in 1938 en werd vaandrig bij het korps Motordienst. Na de demobilisatie kwam hij in juli 1940 bij de Opbouwdienst terecht en daarna de Arbeidsdienst; hij was in kamp Hooghalen tot februari 1941 en daarna in Nunspeet. Hij besloot naar Den Haag terug te keren en vond werk bij een verzekeringsmaatschappij. In september 1941 kreeg De Haas bezoek van SOE agent Ab Homburg, die hij uit het leger kende. De Haas hielp hem, onder andere met onderduikadressen, en ging mee naar Engeland. De Haas, Homburg en Jan Buizer gingen op 15 februari 1942 stiekem aan boord van stoomtrawler Beatrice. De volgende dag vertrok de boot uit IJmuiden. ’s Middags kwamen Buizer en Homburg tevoorschijn uit de vistanks vol ijs, waar De Haas nog lag, zeeziek. Alle drie waren ze zeeziek en verkleumd. Ze overtuigden de schipper en bemanning naar Engeland te varen en de volgende ochtend bereikten ze Great Yarmouth. Bij de verplichte ondervraging na aankomst in Engeland liet De Haas weten dat hij SOE-agent wilde worden.

De Haas werd op 18 april 1942 per boot afgezet in Nederland. Onder operatienaam ‘Potato’ moest hij een (veer)verbinding tussen Engeland en Nederland opzetten. Hij moest ook adressen zoeken voor agenten die naar Engeland wilden terugkeren. Tien dagen na aankomst werd De Haas gearresteerd. Over Lauwers zender – sinds 6 maart in Duitse handen – kwam namelijk een opdracht om via de ‘sigarenwinkel van Martens’ in Haarlem contact te zoeken met De Haas. De Nederlandse politieagent Leo Poos deed zich voor als verzetsman en vond via de sigarenwinkel zowel Andringa als De Haas, die beiden de volgende dag werden opgepakt. Via Andringa werden bovendien Ras en Klooss gearresteerd. Via Ras ontdekte V-man Anton van der Waals ook Jordaan en vervolgens Sebes.

De Haas werd in Den Haag gevangengezet, vervolgens in Haaren. Via Rawicz werd hij naar Mauthausen getransporteerd. Hij werd geëxecuteerd op 6 september 1944.

Bronnen

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog IX, Londen, tweede helft (’s-Gravenhage 1979) 1066-1068.

Personnel files van The National Archives (TNA), via englandspiel.eu. Frans Kluiters, Dutch Agents 1940-1945. A.M.F. Dessing, Tulpen voor Wilhelmina. De geschiedenis van de Englandvaarders (Amsterdam 2004).

TNA, HS 7/159: SOE Dutch Section History.

Foto's

Homburg, Baatsen, Molenaar en Sebes: oorlogsgravenstichting.nl.

Sporre en Ras: englandspiel.eu.

Taconis, Jordaan en Klooss: BeeldbankWO2 / Verzetmuseum Amsterdam.

Huub Lauwers.

Leo Andringa.

De Haas, Buizer en Homburg in Londen, 1942: Trouw, 19 november 1977.

Jan de Haas.

99 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven