• TB

13 februari 1942: Koningsgezind, zoals elke goede Nederlander

Bijgewerkt: jun 27

Het was vrijdag 13 februari 1942, rond het middaguur, toen er werd aangebeld bij de Haagse Snelliusstraat 82. Het dienstmeisje deed open. Niet de melkboer die ze verwachtte, maar twee Nederlandse politiemannen kwamen binnen. Binnen zaten vier mensen aan de koffietafel. Na een controle van de persoonsbewijzen werden alle aanwezigen, inclusief het dienstmeisje, naar de cellenbarakken van het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen gebracht. Een van hen was namelijk meteen door de mand gevallen: Johannes ter Laak, geheim agent uit Engeland had geen persoonsbewijs.


Gearresteerd werden de bewoonster van het huis, Titia Gorter, haar kamerhuurster Hanna Meijhuizen, het dienstmeisje Rika en Helmut Salden, een Duitse dienstweigeraar en graficus, die via een gemeenschappelijke vriend bij Titia en Dora Gorter terecht was gekomen. En Ter Laak dus, die sinds 17 december 1941 via Gerard Dogger bij de zusters Gorter op zolder werd verborgen.


De politiemannen waren Leo Poos en Marten Slagter, ‘de schrik van Den Haag’. Zij waren gewapend en lieten iedereen opstaan. Salden werd ondervraagd door Poos, die hem meteen wilde meenemen naar de cellenbarakken omdat hij een Duitser was. Slagter wilde de persoonsbewijzen inzien en Ter Laak kon niet anders dan bekennen dat hij dat niet had. Uit Londen had hij alleen een distributiestamkaart meegekregen. Hij had wel een pasfoto laten maken bij een kennis van Titia en Dora Gorter, maar het valse persoonsbewijs was nog niet af. Sinds 1 januari 1942 was het persoonsbewijs verplicht geworden. Veiligheidshalve was Ter Laak daarom bijna niet naar buiten geweest.

Pasfoto's maken op straat, 23 september 1940. Foto Han Schimmelpenningh, collectie BeeldbankWO2/NIOD.

Toen hij ondervraagd werd, had Ter Laak het adres op zak van de marconist Willem van der Reijden, bij wie hij die avond zou langs gaan. Van der Reijden had namelijk de zender gerepareerd die bij Ter Laaks landing in Nederland in september 1941 kapot was gegaan. Maar in plaats van Ter Laak verschenen die avond Poos en Slagter aan de deur van Catrien Kolk op Heemskerckstraat 40:

‘Op 13 februari 1942 tussen 19.00 en 20.00 uur vervoegde zich een mij onbekende man aan mijn woning om Wim [van der Reijden] te spreken. Ik liet hem in mijn huis en waarschuwde Wim. Kort daarna zag ik Wim door de gang komen met de zender, die hij aan de onbekende [Poos] gaf, die er mede vertrok. […] Wim deelde mij mede, dat de onbekende tegen hem gezegd had, dat de jongens bij de dames Gorter waren gearresteerd, en dat hij (Wim) moest verdwijnen. Ik zou juist een paar boterhammen voor Wim klaar maken, toen [Poos] terugkwam in gezelschap van [Slagter]. Nadat deze twee mannen even met Wim hadden gesproken, verlieten zij in gezelschap van Wim de woning.’

Catrien Kolk werd niet meteen meegenomen. Haar huis werd eerst in de gaten gehouden, net als het huis in de Snelliusstraat. Op 16 februari werden Catrien Kolk en Dora Gorter (op kantoor bij verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845) alsnog opgepakt en naar het Oranjehotel gebracht.


Dora Gorter, Hanna Meijhuizen en Helmut Salden werden bij de verhoren vragen gesteld over SDAP-politicus Koos Vorrink. Blijkbaar hadden Slagter en Poos verwacht Vorrink te vinden bij de zusters Gorter. De Gorters en Kolk verzamelden geld voor verzet door verkoop van foto’s van de koninklijke familie en verspreiden het blad Vrijheid, de Haagse editie van Het Parool en ander illegaal drukwerk. Vorrink had bij hen vergaderd.


Ook Titia Gorter begreep dat de politie dacht Koos Vorrink bij hen te kunnen vinden. In plaats daarvan vonden ze een geheim agent uit Engeland die het adres had van een andere agent, Van der Reijden. Volgens Titia had Van der Reijden ‘direct alles en iedereen verraden’. Namelijk: dat Gerard Dogger bij de Gorters ondergedoken had gezeten en dat ze de Vrijheid verspreidden. ‘Goddank dat ik de Vrijheid nooit aan iemand heb gegeven maar uitsluitend aan onbekenden over de post heb verzonden, anders zou ‘t vreeslijk zijn geweest, want ze eischten namen!!’


Titia werd 32 uur verhoord. Maar de afgesproken verhalen, zoals dat Salden was afgekeurd voor militaire dienst en bij hen was om aan te sterken en dat Ter Laak een bekende van hen was die gewoon was komen logeren, bleken niet houdbaar nadat iedereen verhoord was. Titia werd geconfronteerd met de verklaringen van Dora: ‘Ze hebben haar erin laten vliegen door de feiten te vertellen, die ze vermoedden of wisten, waarop Door alleen ja of nee antwoordde!’ En van Ter Laak wisten haar ondervragers al dat ze had geholpen met een vals persoonsbewijs, waarop Titia antwoordde dat ze foto’s voor Ter Laaks vrouw had laten maken. Ze begreep dat Dora hetzelfde had gezegd en de naam van de fotograaf erbuiten kan kunnen houden.


Van 13 februari tot 1 mei 1942 kreeg Titia ‘Einzelhaft’: alles was verboden, ze mocht geen boek, geen handwerk. 23 Dagen kwam ze niet buiten. In juni lukte het haar om een met potlood op wc-papier geschreven bericht te versturen.

‘Van iemand kreeg ik een naald en met draden die ik uit de badhanddoeken trok borduurde ik zakdoekjes en van m’n slaapzak, die ik meegenomen had, heb ik met rafels van alles gemaakt. Ik heb ‘t erg moeilijk gehad, maar er waren enkele dingen die me overal overheen hielpen. Vooral ook toen ik hoorde dat Door lezen mocht en mee uitging.’

Daarna kwam Titia in een cel met twee anderen. En zag ze Dora bij het luchten: ‘we hebben zelfs twee keer vlak achter elkaar gewandeld en verleden week zijn we per auto op ’t Bezuidenhout gefotografeerd. Vier achterin, we zaten op elkaars schoot! Maar de mannen die voorin zaten wisten niet dat we zusters waren en bij de fotograaf konden we ook wel wat praten.’


Hanna Meijhuizen en dienstbode Rika werden na zeven weken uit het Oranjehotel vrijgelaten. Volgens Titia had haar laatste ondervrager, Hans Rahms (‘een heel geschikte, rustige man’) hiervoor gezorgd: ‘Ik was zoo blij toen Rika en Hanna vrij waren. De verhoorder wist niet eens dat ze er nog waren!! Hij schreef hun namen op en zei dat hij alles in het werk zou stellen om ze vrij te krijgen, wat hij toen heel gauw gedaan heeft!’


Rahms vroeg Titia of ze wilde toegeven dat ze lid van Ordedienst was. Titia ontkende alles. ‘Ik zei dat ik het zeker zou bekennen als ik het was, want dat het me wel niet veel zwaarder zou belasten, maar dat ik inderdaad nooit van die organisatie had gehoord. […] Of ik sociaal democraat was? “Nee, Koningsgezind”. Zoals elke goede Nederlander, zei hij en schreef het op.’


Catrien Kolk werd vanwege haar leeftijd op 7 december 1942 vrijgelaten. Ze moest een papier tekenen waarop stond dat ze gearresteerd was, op verdenking lid te zijn van de Ordedienst.

Salden werd uit Scheveningen naar Haaren (NB) en concentratiekampen afgevoerd. Hij werd eind april 1945 in Luckau door het Russische leger bevrijd.

Ter Laak en Van der Reijden werden met andere agenten in Haaren gevangen gehouden en daarna naar Duitsland getransporteerd. Ter Laak werd in Mauthausen op 7 september 1944 gefusilleerd. Van der Reijden werd bevrijd in Sachsenhausen.

De zusters Gorter werden na een jaar in Scheveningen naar Ravensbrück afgevoerd, waar ze eind februari 1945 werden vermoord.

Bronnen: Getuigenverklaringen van Hanna Meijhuizen, Helmut Salden, Catharina Kolk en J.A. ter Laak bij het proces tegen Poos en Slagter. Nationaal Archief, Ordedienst en de Binnenlandse Strijdkrachten, en Afwikkelingbureau, 2.13.137, inv. nr. 266. Brieven Titia Gorter, privécollectie Paul Prinsen.

Beeld:

Distributiestamkaart (1939) en Tweede distributiestamkaart (1944). Collectie BeeldbankWO2/NIOD.

0 keer bekeken

© 2019 by Becker & Becker.