• FB

30 januari 1942: ‘for Heaven’s sake delay further action until I can get to England’

Bijgewerkt: feb 5

Op 30 januari 1942 gingen Peter Tazelaar en Gerard Dogger vanuit Den Haag op weg naar Zwitserland. De grond in Nederland was hen te heet onder de voeten geworden.


Het Wilhelmus was op 18 januari gedeclameerd en niet gezongen aan het eind van de uitzending van Radio Oranje. Dat betekende dat Erik Hazelhoff Roelfzema vanaf Engeland vertrokken was om Wiardi Beckman en hen op te halen. Hazelhoff wist immers niet dat de nacht ervoor Wiardi Beckman, Goedhart en Pasdeloup waren gearresteerd. Ondanks twijfel en tegenzin waren Tazelaar en Dogger in de nacht van 18 op 19 januari op weg gegaan. Ver kwamen ze niet. Nog voor ze het strand bereikten, werden ze aangehouden door een Duitse patrouille.


In de wachtpost voerden ze zoals afgesproken hun dronkenmansact op. Tazelaar had geen persoonsbewijs bij zich en op Doggers valse persoonsbewijs op naam van ‘Van Schaick’ was het geboortejaar wat slordig van 1905 in 1915 veranderd. Zo vertelde Dogger het verhaal later aan Dora en Titia Gorter, die hem kenden als ‘Jan Willem’. Titia noteerde: ‘Terwijl de Duitser zijn naam v. Schaick opschreef, zei hij, terwijl hij hem het bewijs uit de hand nam, “dat wordt geschreven met “ck”” en toen gaf hij verder een vals adres op. Zonder nadere controle schreef de man dat op en “Jan Willem” stak ‘t bewijs weer in zijn zak!!’


Dogger trok zijn hoed wat verder over zijn ogen, want hij zag dat het arrestatiebevel met zijn foto aan de muur van de wachtpost hing en dat hij er ‘pakweg’ onder zat. Inspecteur Moonen kwam, zwaaiend met zijn politiekaart, aanzetten: ‘Geef ze mij maar weer mee, dat dronken stelletje.’ Zo ontsnapten ze.


Toen Hazelhoff Roelfzema en Krediet even na vieren op de afgesproken plaats in Scheveningen aankwamen, troffen zij daar niemand. Tevergeefs keerden ze naar Felixstowe terug. Kort daarna kregen ze bericht van Tazelaar dat ze geen moeite meer hoefden te doen. Degenen die ze wilden halen waren gearresteerd en Tazelaar en Dogger zouden op een andere manier proberen naar Engeland te komen.


Dankzij Moonen kwamen Tazelaar en Dogger in contact met de accountant Laurus Melse, die betrokken was bij een ontsnappingslijn naar Zwitserland, bekend als de Van Niftrik-route. Het echtpaar Job en Betty van Niftrik-Gevers had samen met enkele vrienden vanuit het Brabantse Putte, halverwege Bergen op Zoom en Antwerpen, een ontsnappingsroute opgezet. Toen Tazelaar en Dogger op 30 januari daarheen vertrokken, bleken er tussen Den Haag en Rotterdam zware controles in de trein te zijn. Ze konden nog net op tijd terugkeren naar Den Haag. Vandaar belden ze dokter Krediet, die hen met de auto naar Breda bracht. Met de bus bereikten ze Putte.


De route naar Zwitserland was goed georganiseerd en dankzij Doggers middelbare-school-Frans sloegen ze zich met succes door een controle heen. In de nacht van 1 op 2 februari staken ze vanuit het dorpje Glay, zo’n 20 kilometer ten zuiden van Montbéliard, te voet de Frans-Zwitserse grens over. Door kniehoge sneeuw volgden ze hun gids, een man te paard die stapvoets reed. De beelden van het besneeuwde en ijskoude Scheveningse strand spookten nog door hun hoofd. Op 2 februari meldden ze zich bij een Zwitserse grenspost. Ze werden enige dagen geïnterneerd en verbleven vervolgens met beperkte bewegingsvrijheid in het hotel Belle Vue in Versoix, vlakbij Genève.

Dogger en Tazelaar in Zwitserland. Bron: Dogger, De vierkante maan (1979).

Beiden stuurden een kort verslag naar Londen: Dogger naar admiraal Furstner, Tazelaar naar Rabagliati. Wiardi Beckman, zo schreef Tazelaar, ‘was immediately prepared to come with me after having heard the code phrase of Radio Oranje. For Wiardi Beckman I have nothing but the greatest respect. The way in which he joined us in all these stunts was really magnificent.’ Tazelaar besloot met: ‘The last part I want to say is this: for Heaven’s sake delay further action until I can get to England. Otherwise the whole thing will get muddled up and we shall have to start all over again.’ Toen had hij nog niet gehoord van de arrestatiegolf waardoor de Ordedienst was getroffen. Dat hoorde hij op 24 maart van kapitein Jan Somer, lid van de OD in Breda, die via dezelfde lijn in Zwitserland aankwam.


Via de Nederlandse militair attaché in Bern, generaal Van Tricht, werd contact gelegd met de vertegenwoordiger van de Engelse Secret Intelligence Service in Zwitserland en kon Londen op 10 februari op de hoogte worden gesteld van de veilige aankomst van Tazelaar. Colonel Rabagliati van SIS, onder wiens verantwoordelijkheid Tazelaar was uitgezonden, wilde hem zo spoedig mogelijk naar Engeland zien te krijgen. Maar hij wist dat de Zwitsers niet erg coöperatief waren om mannen in de dienstplichtige leeftijd te laten vertrekken en dat de Duitsers hoogstwaarschijnlijk op Tazelaar loerden. Daarom vroeg hij de particulier secretaris van de koningin, François van ’t Sant, om de zaak met Gerbrandy te bespreken ‘to see if you could evolve a scheme for his return’. Gerbrandy schakelde Buitenlandse Zaken in. Op 11 maart schreef Rabagliati aan luitenant-kolonel der Mariniers Mattheus de Bruyne, die een bemiddelende rol speelde, bijzonder verheugd te zijn om te horen dat de ‘the boys’ op weg waren naar Engeland.


Maar zo snel ging het niet: pas op 26 maart konden Tazelaar en Dogger met de trein naar Spanje vertrekken. Van Bilbao gingen ze per boot naar Lissabon, waar ze hulp van de Nederlandse legatie kregen. Op 13 april vlogen ze naar Engeland. Na een nacht in de Patriotic School werden ze afgehaald door colonel Rabagliati, zijn rechterhand Charles Seymour, Erik Hazelhoff Roelfzema en Chris Krediet. Ze vergeleken meteen hun verhalen over de nachten op het Scheveningse strand:

'Maar de laatste keer dan, man, waarom waren jullie er toen niet? We waren precies op tijd, ik ben zelfs nog wezen telefoneren op het Gevers Deynootplein. Wat? Toen wij in die Duitse wachtpost zaten stond Erik een paar honderd meter verderop in een telefooncel? Nou breekt mijn klomp.’

Rapport van Tazelaar met opmerkingen van Rabagliati in rood in de kantlijn.

Bron: Nationaal Archief (NA), Ministerie van Buitenlandse Zaken (Londens archief) en daarmee samenhangende archieven (BuZa), 2.05.08, inv. nr. 2156.

Bronnen

  • Gerard Dogger, De vierkante maan. Een persoonlijk oorlogsrelaas (Amsterdam/Brussel 1979).

  • Victor Laurentius, De grote Tazelaar. Ridder & rebel (z.pl. 2009).

  • Ongepubliceerd dagboek van Titia Gorter. Privécollectie Paul Prinsen.

  • Rapport van Peter Tazelaar ‘For special attention of Colonel Rabagliati and Lt. Hazelhoff Roelfzema’. NA, BuZa, 2.05.08, inv. nr. 2156.

  • Brief van G.A. Dogger aan Loe de Jong, 10 augustus 1974, 7. NIOD, Algemeen Hoofdkwartier Ordedienst in afwikkeling, 481, inv. nr. 21.

  • Dogger, Rapport, Londen, 17 april 1942, 10. NA, Kabinet der Koningin, 2.02.14, inv. nr. 9109D, nr. 5.

  • Brief van Euan Rabagliati aan François van ’t Sant, 10 februari 1942. NA, BuZa, 2.05.80, inv. nr. 2156.

  • Brief van Mattheus de Bruyne aan W.F.L. graaf van Bylandt, secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken, 18 februari 1942. NA, Ministeries voor Algemeene Oorlogvoering voor het Koninkrijk (AOK) en van Algemene Zaken (AZ): Kabinet van de Minister-President (KMP), 2.03.01, inv. nr. 1796

  • Brief van Rabagliati aan De Bruyne, 11 maart 1942. NA, Ministerie van Defensie te Londen; Ministerie van Oorlog te Londen; Departement van Oorlog: Bureau Londen, 2.13.71, inv. nr. 2158.

63 keer bekeken

© 2019 by Becker & Becker.