© 2019 by Becker & Becker.

  • FB

9 december 1941: ‘Pardon, weet u misschien waar de Leuvensestraat is?’

Bijgewerkt: 9 dec 2019

Een groot probleem voor Peter Tazelaar en Erik Hazelhoff Roelfzema – en voor de inlichtingendiensten – was en bleef het ontbreken van een zendverbinding tussen Londen en bezet gebied.


In de nacht van 30 september op 1 oktober 1941 was Johannes ter Laak vanuit Engeland gedropt. Hij zou als marconist voor Tazelaar gaan functioneren, maar sinds hij was gesprongen, hadden ze in Engeland niets van hem vernomen.

Hij sprong in Drenthe af en meldde zich vervolgens bij Tazelaars tante in de stad Groningen: Peter had hem haar adres opgegeven. Ook ontmoette hij Jan Birnie, een collega-adelborst van Tazelaar die in Groningen was gaan studeren en actief was in de OD. Ter Laak was veilig en wel aangekomen, maar dat kon hij niet aan Londen laten weten. Zijn zender was bij het neerkomen in het ongerede geraakt en het lukte hem niet die te repareren.


In Londen had de Engelse Secret Intelligence Service (SIS, ook wel MI6 genoemd) inmiddels een tweede agent/marconist gevonden die wel naar Nederland uitgezonden wilde worden: Willem van der Reijden. Het tijdelijk hoofd van de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst, kapitein Robert Derksema, achtte hem daarvoor ongeschikt. Maar zijn Britse collega Euan Rabagliati, die bij SIS verantwoordelijk was voor de sectie Nederland, dacht er anders over. Hij zat dringend verlegen om een zendverbinding met Nederland dat voor SIS ‘the weakest spot’ in bezet Europa was, wat betreft informatievoorziening. Hij was bereid om met Van der Reijden in zee te gaan.


Van der Reijden had als marconist bij de Nederlandse Telegraaf Maatschappij ‘Radio-Holland’ gewerkt. Hij was lid geweest van de radicale Onafhankelijke Socialistische Partij en de Communistische Partij Holland, voordat hij zich in 1935 korte tijd bij de NSB aansloot. Bij het uitbreken van de oorlog bevond hij zich in Nederlands-Indië en werd hij vanwege zijn NSB-lidmaatschap enkele weken voor onderzoek vastgehouden. Hij werd onvoorwaardelijk vrijgelaten en besloot op de konvooidiensten van de Maatschappij ‘Nederland’ te gaan varen. Nadat hij twee reizen van Nederlands-Indië naar Engeland had gemaakt, liet hij daar doorschemeren ‘dat ik er wel voor voelde voor de Geheime Dienst te gaan werken en voor uitzending naar Holland in aanmerking te komen.’ Hij werd gerekruteerd door SIS en gekoppeld aan Contact Holland. Hij logeerde bij Hazelhoff Roelfzema en Krediet op de Mews en - schreef Hazelhoff - 'ook met hem ontwikkelde zich een hechte vriendschap. Dit lijkt een detail, maar keer op keer is gebleken, van hoe groot belang de persoonlijke gevoelens voor elkander zijn in dit soort werk, waar zoveel op blind vertrouwen berust.’


Scholing als telegrafist had Van der Reijden niet meer nodig, dus was hij na een opleiding van drie weken klaar om te worden uitgezonden. Zijn taak zou ook zijn om militaire inlichtingen te verzamelen en om nieuwe telegrafisten op te leiden. Op 25 november voer de MTB 320 uit met Hazelhoff Roelfzema, Krediet, Goodfellow en de W/T-man [telegrafist], ‘compleet met set en stamkaart’. Maar zowel de timing als de navigatie waren abominabel. De boot liep vast op de Brielse Plaat en toen hij was losgekomen, lukte het niet om Scheveningen te vinden. Voor Van der Reijden was het een grote teleurstelling. In verband met de maanstand konden ze pas een paar weken later een nieuwe poging wagen.


De eerstvolgende gelegenheid was de nacht van 8 op 9 december. Deze keer was de navigatie uitstekend, maar was er wel een probleem met de timing. Toen Hazelhoff Roelfzema, Van der Reijden en Krediet door Bob Goodfellow in de vlet naar het strand werden geroeid, bleek er een sterke noordelijke stroming te zijn. De wind begon bovendien aan te wakkeren. Zo zouden ze nooit op tijd zijn om Tazelaar op het strand te ontmoeten en Wiardi Beckman op te pikken. Dat ook Gerard Dogger klaar zou liggen om mee te gaan, wisten ze nog niet. Ze besloten rechtstreeks het strand op te roeien, maar de branding bleek erg heftig. Hazelhoff en Goodfellow stapten het water in om de boot stabiel te houden. ‘Toen, in enkele seconden tijds’, rapporteerde Hazelhoff heet van de naald aan SIS, ‘lichtte een grote golf de boeg plus Goodfellow in de lucht, smeet de dingy half om en de volgende smeet haar volkomen ondersteboven. Krediet kreeg dikke Willem en de boot bovenop zich, kwam echter overeind en ging achter de riemen en de nog drijvende radio-set aan, die snel zeewaarts dreven, wat hem in die koude en stroom bijna het leven heeft gekost.’ De set en de riemen waren echter weg.


Hazelhoff Roelfzema, Tazelaar, Ter Laak Krediet, Rabagliati, Goodfellow


Allereerst moest Willem van der Reijden naar zijn bestemming worden geloodst. Daarna zouden de anderen zien wat het beste was om te doen. Het leek een reëel vooruitzicht dat ze aan land zouden moeten blijven, en dan zouden ze zich op hetzelfde adres als Van der Reijden melden. Hazelhoff Roelfzema bracht hem ‘vlak langs de boulevardmuur tot den oploop bij den Gevers Deynootweg (…). We liepen naar het trottoir, waar vanuit ik Willem wees, welke weg hij moest nemen en naar welk adres hij moest gaan en vertelde hem, wat hij moest zeggen om kleren te krijgen en de nacht door te brengen, want hij was natuurlijk kletsnat.’

‘Ik zag hem de boulevard tegenover het Palace Hotel veilig oversteken en verdwijnen in de donkere hallen aan de overkant van den straat.’

Het adres dat Van der Reijden had opgekregen was dat van de familie Roeper Bosch in de Leuvensestraat nummer 70, bij wie Sabine Zuur, een vriendin van Hazelhoff Roelfzema inwoonde. Hazelhoff en de anderen zouden er niet meer komen: Hazelhoff had namelijk het geluk de verloren gewaande riemen aan het strand terug te vinden. Goodfellow roeide hem en Krediet terug naar de MTB die veilig Engeland bereikte.


Intussen waren Peter Tazelaar, Stuuf Wiardi Beckman, Gerard Dogger en Willem Pasdeloup, die de marconist moest opvangen, om kwart voor elf naar het strand gegaan. Tevergeefs hadden ze op Hazelhoff Roelfzema liggen wachten op en bij de noordelijke strekdam. Tazelaar besloot dat langer wachten te riskant was. Verkleumd keerden ze terug. Om de kachel bij Kiepe dronken ze een borrel om op te warmen. Om vier uur ’s nachts wilden Dogger en Tazelaar nog een keer terug gaan naar het strand, voor het geval ze Hazelhoff Roelfzema gemist hadden. Halverwege de weg naar het strand werden ze opeens aangesproken door een gezette man in burger die vroeg: ‘Pardon, weet u misschien waar de Leuvensestraat is?’ Ze hadden geen idee wie het was.


De gezette man bereikte inderdaad de Leuvensestraat 70: hij stelde zich voor onder zijn schuilnaam 'Scholte' en vertelde dat hij was aangespoeld. Maar daarna was hij spoorloos verdwenen. Een week later meldde hij zich opnieuw. Pas toen ontmoette hij Tazelaar, die hem meteen herkende als een telegrafist die hij uit Indië kende: Van der Reijden. Er werd een onderduikadres voor ‘Scholte’ geregeld bij de zusters Kolk, op Heemskerckstraat 40. Daar zette hij zich aan de reparatie van de zender van Ter Laak, die Tazelaar inmiddels via OD-contacten op het spoor was gekomen.


Voor Tazelaar was de situatie er niet veel beter op geworden: nu had hij twee marconisten met samen één kapotte zender.

Bronnen:

Brief van R.P.J. Derksema aan J. Zaaijer, Procureur-Fiscaal bij het Bijzonder Gerechtshof te ’s-Gravenhage, 14 mei 1948. Bijlage 270, Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, NA, PEC, 2.02.27, inv. nr. 127.

Rapport op het tot stand brengen van het Contact Holland door den Res. 2e. Lt. van Speciale Diensten Mr. S.E. Hazelhoff Roelfzema, NA, PEC, 2.02.27, inv. nr. 111.

Correspondentie Derksema-Rabagliati. Bijlage 395, NA, PEC, 2.02.27, inv. nr. 137.

Getuigenverklaring Catharina Kolk bij het proces tegen Poos en Slagter, NA, OD/BS, 2.13.137, inv. nr. 266, 13.

Victor Laurentius, De grote Tazelaar, Ridder & rebel (z. pl. 2009) 106.

Keith Jeffery, MI6. The history of the Secret Intelligence Service, 1909-1949 (Londen etc. 2010), 351.

Afbeeldingen:

Hazelhoff Roelfzema en Tazelaar: Leonoor Wagenaar en Patricia Steur, De laatste ridders. Ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de Militaire Willemsorde (’s Gravenhage 1990).

Ter Laak: Oet Dorp en Marke Losser 2 (2008) 27.

Krediet: Collectie NIMH / Fotoafdrukken Koninklijke Luchtmacht.

Rabagliati en Goodfellow: Erik Hazelhoff Roelfzema, Soldaat van Oranje ’40-’45 (1978).